Zo werkt de berekening
Er bestaat geen simpele formule van netto naar bruto, omdat de belasting per schijf verschilt en de heffingskortingen afhangen van je inkomen. De calculator rekent daarom terug: hij zoekt het laagste brutomaandloon waarbij je, volgens de witte maandtabel 2026 van de Belastingdienst, minstens het gewenste netto overhoudt. Daarvoor gebruikt hij dezelfde rekenregels als de bruto-nettocalculator.
De loonbelastingtabel werkt met stappen van € 4,50 per maand. Het bruto dat je ziet, is daarom het begin van zo'n stap.
Voorbeelden 2026
Benodigd bruto per maand, jonger dan de AOW-leeftijd, zonder pensioenpremie:
| Gewenst netto per maand | Bruto met loonheffingskorting | Bruto zonder loonheffingskorting |
|---|---|---|
| € 2.000 | € 2.064,25 | € 3.111,58 |
| € 2.500 | € 2.810,83 | € 3.908,33 |
| € 3.000 | € 3.660,25 | € 4.709,17 |
| € 3.500 | € 4.645,58 | € 5.510,08 |
| € 4.000 | € 5.654,42 | € 6.310,92 |
Je ziet dat elke extra € 500 netto steeds meer bruto kost. Tussen € 45.592 en € 78.426 jaarloon bouwen de arbeidskorting en de algemene heffingskorting allebei af. Van elke euro opslag houd je daar ongeveer de helft over.
Veelgestelde vragen
Hoeveel bruto is € 3.000 netto in 2026?
Met loonheffingskorting heb je ongeveer € 3.660,25 bruto per maand nodig, zonder vakantiegeld en pensioenpremie.
Waarom is netto naar bruto niet gewoon een percentage?
Omdat het belastingtarief per schijf anders is en de heffingskortingen afnemen naarmate je meer verdient. Het percentage dat je inlevert, stijgt dus met je salaris.
Telt vakantiegeld mee?
Nee, de berekening is per maand zonder vakantiegeld. In de uitkomst zie je ook het jaarbedrag inclusief 8% vakantiegeld.
Wat als mijn werkgever pensioenpremie inhoudt?
Dan heb je iets meer bruto nodig voor hetzelfde netto. Je pensioenpremie verschilt per pensioenfonds en zit niet in deze berekening.